CBS DE HERENWEG

        
 
In schooljaar 2015-2016 zijn we in groep 4, 5-6 en groep 7-8 gestart met een nieuwe methode voor de zaakvakken genaamd Alles-in-1. Een totaalmethode gebaseerd op projectonderwijs voor de domeinen Aardrijkskunde, Cultuur, Geschiedenis, Techniek en Natuur. De methode kent ook een leerlijn Alles-apart. Hierin wordt o.a. lees- en taalonderwijs aangeboden. Door het gebruik van de methode Alles-in-1 oefenen de kinderen, bijna ongemerkt, extra het ontdekkend- en begrijpend lezen en dat is een extra pluspunt. De methode geeft handreikingen voor de creatieve vakken en we hebben thema kisten aangeschaft waarmee doe- en groepsopdrachten kunnen worden uitgevoerd. 

De methode is gebaseerd op projectonderwijs. Voor groep 4 t/m 8 zijn 20 thematische projecten ontwikkeld, verdeeld over de vijf domeinen. Binnen het domein, bijvoorbeeld Aardrijkskunde en het thema, bijvoorbeeld Europa, komen aardrijkskundige zaken, culturele aspecten, belangrijke geschiedenisfeiten, technische ontwikkelingen en de natuur binnen Europa aan bod. Op deze manier zijn de leerlingen vijf weken bezig binnen een thema en krijgen zo, betekenisvol, alle aspecten ervan aangeboden.

Per schooljaar behandelen we vijf projecten, uit ieder domein één. We nemen hiervoor een periode van ongeveer 8 weken. De meeste projecten omvatten 5 weken. De resterende weken gebruiken we voor uitloop, herhaling en andere vakken. Hieronder ziet u de onderwerpen van alle 20 projecten:

  Project 1 Project 2 Project 3 Project 4 Project 5
Groep 4 Waar is het? Jij en ik Wanneer was dat? Hoe werkt het? Wat groeit
Groep 5 Nederland Voeding PGR Bouwen Planten
Groep 6 Verkeer en vervoer Middeleeuwen Kleding/sport Europa Dieren
Groep 7 Kleding/sport Dieren Energie Nederland Middeleeuwen
Groep 8 Amerika/Australië Geloof Moderne geschiedenis Communicatie Mensen

Mogelijk wisselt de volgorde van projecten als daartoe aanleiding is. Vanzelfsprekend komen ook dan alle projecten in vier jaar aan bod.

Het domein en het hoofdonderwerp vormen het hart van het project. Het is de kapstok waaraan alle vakken worden opgehangen. Een zorgvuldig ontwikkeld palet aan werkvormen sluit aan bij uiteenlopende leerstijlen, zodat elke leerling de leerstof diep doorgrondt. Kinderen werken cognitief, praktisch en creatief, via onderzoekend en ontdekkend leren, schriftelijk, mondeling en digitaal.

Ook is er afwisseling in organisatievormen: klassikaal, individueel, in groepjes, in tweetallen en de methode maakt leerjaar- en groepsdoorbrekend werken heel vanzelfsprekend.

De teksten uit de methode zijn gekozen omdat ze voor kinderen van deze leeftijd boeiend zijn: interessante informatieve teksten, leuke weetjes, spannende of mooie verhalen, grappige of ontroerende gedichten. De verhalen en gedichten zijn in veruit de meeste gevallen van bekende auteurs.

De leerstof is uitgewerkt op zes cognitieve niveaus, zodat we altijd een passend niveau kunnen aanbieden: van een taalzwakke leerling in groep 4 t/m 8 tot een hoogbegaafde leerling in groep 4 t/m 8, voor iedereen is er passend materiaal.


In elk project zijn onderstaande vakken en vaardigheden opgenomen:

Verhalen lezen Wereldoriëntatie
Informatieve teksten Informatieverwerking
Begrijpend lezen Zelfbeeld ontwikkeling
Technisch lezen Praktische vaardigheden
Internetgebruik Muziek
Onderzoekend leren Dans/drama
Presenteren Handvaardigheid
Luisteren en spreken Tekenen en schilderen


Ook de vaardigheden: Spelling en werkwoordspelling, Grammatica, Woordenschat, Stellen, Gedichten en Engels komen in Alles-in-1 voor. Door de methode Alles-in-1 krijgen ze op een natuurlijke manier extra of aanvullende aandacht.    

 Activiteiten
Ieder project omvat de volgende, mogelijke, activiteiten, waarin bovenstaande vakken en vaardigheden zijn opgenomen en die allemaal aansluiten bij het thema. Per thema maken we een keuze welke onderdelen deel uitmaken van het project.
 *Dit zijn onderdelen waaruit per project keuzes gemaakt worden:

1. Film
Elk project wordt geïntroduceerd met een filmpje dat gaat over het deelthema van die week / het thema.

2. Teksten in het projectboek
Per week lezen de kinderen drie tot zes teksten. Dat zijn twee informatieve teksten, twee verhalen en twee gedichten. Naar aanleiding van de informatieve teksten volgen opdrachten die gericht zijn op wereldoriëntatie.  Naar aanleiding van de verhalen en gedichten worden voornamelijk taal gerelateerde opdrachten aangeboden.

 3. Weekwoorden 
Het onderdeel Weekwoorden in het projectboek omvat spelling/woordenschat, die vooral gericht zijn op de woordenschat. De woorden zijn gekozen uit de teksten van die week. Ze vormen een extra uitbreiding van de woordenschat.
  
4. Doe-opdrachten
Dit zijn diverse praktische opdrachten die de kinderen met behulp van TIPkaarten zelfstandig kunnen uitvoeren. Het gaat hierbij om het doen, het proces, het onderzoek en het leerdoel. Hierbij worden ook de techniektorens betrokken.
 
5. Computeropdrachten
Via de computeropdrachten kunnen kinderen hun kennis vergroten door te kijken naar filmpjes, spelletjes te doen of sites te bekijken die aansluiten bij het deelthema van die week.
 
6. Werkstuk/onderzoek
Het project geeft tips voor verschillende manieren waarop een werkstuk of onderzoek kan worden uitgevoerd. Voor de kinderen zijn er stappenplannen beschreven.
 
7. Toetsen
Elk project kent een toets die de onderdelen zoals aangeboden via het projectboek toetst. We kunnen kiezen voor een papieren toets of een digitale toets afname. Het toetsen gebeurt op het niveau waarop de leerling heeft gewerkt aan het project.
 
8. Werken op niveau
Deze methode maakt standaard het werken op zes niveaus mogelijk. De basis instructie is voor beide niveaus gelijk. Wij hebben ervoor gekozen om de projecten niet schoolbreed, maar per (combinatie)groep aan te bieden. Dit mede op advies van gebruikers. De methode heeft twee leerling boeken. Een a-b-c versie (groep 5-6) en een d-e-f versie (groep 7-8)
Op school hebben we bij elk project ook een of meer exemplaren van de andere versie, zodat ook een snelle leerling uit groep 5-6, of iets minder snelle leerling uitgroep 7-8 vragen en opdrachten op het eigen niveau kan maken bij hetzelfde onderwerp.
Op de website kunnen leerlingen die het niveau f+ bereikt hebben uitdagend materiaal vinden om binnen hetzelfde thema met de groep mee te doen.
 
9. Internet 
De leerlingen werken op school met opdrachten uit de methode. Op de website: www.alles-in-1.org kunnen de leerlingen thuis inloggen en treffen daar per thema, per niveau en per week verdeeld o.a. aan:
Links naar de bekeken filmpjes
De weekwoorden die horen bij het project
Samenvattingen van de geleerde stof (handig voor het leren)
Computeropdrachten en spelletjes
Handige links.
 
10. Expressieopdrachten 
Elk project zijn er verschillende uitgewerkte lessen of opdrachten op het gebied van muziek, tekenen, handvaardigheid, dans en drama.
 
11. Engels 
Er is een gezamenlijke les gericht op The Words of the Week en dialoog. Oplopend in niveau volgen er meer schriftelijke opdrachten. Daarnaast wordt er geoefend met interactieve games die gezamenlijk via het digibord kunnen worden aangeboden of individueel kunnen worden verwerkt. Hierbij wordt een link gelegd met de methode Engels die we gebruiken.
 
12. Excursie / workshop / gastspreker 
Wanneer een excursie / workshop of gastspreker aansluit bij het projectonderwerp zal dit blijvende indruk maken op de kinderen en de beleving verrijken. Daar waar mogelijk zullen we per thema op zoek gaan naar een bijzonder moment binnen het project.
 
13. Afsluiting 
Elk project kent zijn eigen passende afsluiting. Bouwstenen voor de afsluiting    zijn de resultaten van de expressielessen uit het project. Mogelijkheden zijn een tentoonstelling, een presentatie, een voorstelling, een zelf samengestelde film, ….
 
14. Hulp van ouders
Bij een project zal de leerkracht graag een beroep doen op u, misschien omdat u handig en creatief bent, misschien omdat u een beroep of specialisatie heeft. Misschien omdat u iemand uit uw omgeving weet die ons als deskundige wil en kan helpen. De groepsleerkracht neemt daarover tijdig het initiatief, maar u bent natuurlijk altijd welkom om met tips en ideeën te komen waaraan wij wellicht niet dachten.